Het Vitra Campus bij Weil am Rhein blijft verbazen: een cluster van experimentele gebouwen, musea en tuinen dat de handtekening draagt van een levenswerk. Rolf Fehlbaum, jarenlang de drijvende kracht achter Vitra, ziet het terrein als een voortdurend veranderend laboratorium. Recent is daar het nieuwe Water Garden-ontwerp van Bas Smets bijgekomen. In dit artikel vertellen we hoe het complex ontstond, waarom het zo onconventioneel is en welke rol ontwerpen, samenwerkingen en klimaatadaptatie spelen.
Hoe een fabriek uitgroeide tot een architectuurlab
Een brand in 1981 veranderde de koers van het bedrijf. Wat eerst een functionele productielocatie was, werd het startpunt van een radicale transformatie. Een uitnodiging aan architecten en kunstenaars maakte van het terrein iets anders dan een gewone fabriekssite.
- Belangrijke schakels: Nicholas Grimshaw, Frank Gehry, Zaha Hadid, Tadao Ando, Herzog & de Meuron en SANAA.
- Een nieuw gebouw na de brand bood ruimte voor experimenten met architectuur en publiek aanwezige kunst.
- De beslissing om buiten de eigen hekken te treden veranderde de relatie tussen fabriek en omgeving.
Water Garden: ontwerp tegen klimaatproblemen
Het Water Garden-project is geen losstaand kunstwerk. Het is ontstaan binnen een bredere studie naar de toekomstige ontwikkeling van het terrein: het initiatief Campus 2070.
Belangrijke drijfveren van de aanleg:
- opvang van regenwater van daken;
- lokale afkoeling van het microklimaat;
- stimulatie van biodiversiteit;
- een uitnodigende buitenruimte voor bezoekers en bewoners.
De ontwerper Bas Smets koppelde technische oplossingen aan landschapsarchitectuur. Zo is het Water Garden zowel praktisch als esthetisch waardevol.
Van productiehal naar publiek erfgoed: functies verschuiven
Het terrein ontwikkelde zich in meerdere richtingen tegelijk. Fabriek, museum, tentoonstellingsruimte en openbare tuin vloeien in elkaar over. De campus zoekt naar nieuwe balans tussen werken, leren en recreatie.
Voorbeelden van verschuivende functies
- Vitra Design Museum groeide uit tot een ontmoetingsplek voor ontwerpgeschiedenis.
- De VitraHaus van Herzog & de Meuron fungeert als tentoonstellingsruimte en merkpresentatie.
- Openbare tuinen zoals de Oudolf-tuin en recente contemplatieplekken geven het terrein een groene impuls.
Trefwoorden: ontmoetingen, geluk en toeval
De identiteit van de campus is niet het resultaat van één strak masterplan. Het verhaal ontvouwt zich door contacten, vriendschappen en toevallige kansen.
Zo leidde een ontmoeting met Claes Oldenburg tot een publieke sculptuur buiten het fabriekhek. Die stap maakte het terrein zichtbaarder en lokte meer makers en architecten uit het internationale veld.
Het ontstaan van het Vitra Design Museum
Wat begon als oplossing voor een persoonlijke meubelcollectie, kreeg een grotere bestemming. Een klein ‘shed’ als bewaarplaats veranderde in een volwaardig museumproject toen samenwerking met een buitenlandse architect mogelijk werd.
De keuze voor een gewaagde, bijna improvisatorische architectuur markeerde een breuk met traditionele Zwitserse bedrijfsgebouwen. Die impuls gaf het museum karakter.
Waarom de Eames-lounge een icoon bleef
De loungechair van Charles en Ray Eames is voorbeeld van een ontwerp dat tegelijk functioneel en cultureel is. Het model combineerde technologische vernieuwing met een herkenbare vormtaal.
- Het was een van de eerste ontwerpen die een nieuwe productietechniek gebruikte.
- De stoel belichaamde tegelijk comfort en moderniteit.
- Door tijdloze aantrekkingskracht bleef het ontwerp relevant.
Een klassieker ontstaat vaak waar techniek, vorm en maatschappelijke smaak elkaar kruisen.
Ontwerpers als autonome partners
Fehlbaum wilde geen collectie van louter decors. Hij zocht naar auteurs: ontwerpers met een visie en een boodschap. Samenwerking ontstond als er een overlappend belang bestond tussen maker en makerij.
Kenmerken van de samenwerkingen:
- ontwerpers werken zowel aan persoonlijke projecten als aan opdrachten voor Vitra;
- de relatie is eerder een wederzijdse uitwisseling dan een puur opdrachtgeverschap;
- maatschappelijke relevantie van het product speelt een doorslaggevende rol.
Verzamelen, spel en populair-culturele invloeden
Fehlbaums verzamelpassie strekt verder dan stoelen. Populair speelgoed, volkse objecten en figuratieve stukken geven inzicht in zijn blik op cultuur.
Voor hem is spelen geen trivialiteit. Spel is ruimte voor experiment en zelforganisatie. Objecten uit de populaire cultuur laten maatschappelijke voorkeuren en status zien.
Elk verzameld object is tegelijk een gebruiksvoorwerp en een drager van betekenis.
Een onconventionele bedrijfsleider met een educatieve blik
Fehlbaum kwam niet uit een traditionele zakelijke achtergrond. Sociologie en economie waren zijn basis, gevolgd door werk buiten de meubelwereld. Die mix gaf hem een ander perspectief.
Voorbeelden van invloedrijke ideeën:
- Inspiratie door bedrijven die cultuur en ondernemerschap combineerden;
- het streven naar een multifunctionele campus die verandert met de tijd;
- investeringen in groene initiatieven als reactie op klimaatverandering.
Toekomstbeelden: campus als leer- en onderzoeksplek
De aanwezigheid van academische instellingen op het terrein maakt de transformatie concreet. Studenten, docenten en onderzoekers kunnen het terrein verder diversifiëren.
Praktische aanpassingen die al zichtbaar zijn:
- aanplant van snelgroeiende bossen en Miyawaki-plantingen;
- minder verhard oppervlak en meer waterbeheer;
- nieuwe buitenruimtes voor publieksbereik en onderwijs.
Ähnliche Artikel
- Stijlicoon voor de tuin: transformeer je buitenruimte direct
- Nieuw jaar: overal kleur en feest
- 35 en een kind: hoe ik in de mainstream belandde
- Nieuw jaar: alles wordt kleurrijk
- wandloos wonen is voorbij: open indeling blijkt nachtmerrie

Larissa Vogler ist Kulturjournalistin mit einer Leidenschaft für Filme, Serien und Shows. Sie liebt es, unentdeckte Perlen aufzuspüren und ihre Leser mit neuen Ideen zu begeistern.
